Vraag aan een expert: Invoering van de proefperiode bis

Wordt de proefperiode minder dan 3 jaar na haar afschaffing nieuw leven ingeblazen?

Dinsdag 31 mei 2016 — Als het aan de federale regering ligt, kunnen werkgevers en werknemers weldra opnieuw bij aanvang van de arbeidsovereenkomst een proefperiode sluiten. Waar de afschaffing van diezelfde proefperiode in 2014 nog deel uitmaakte van het compromis rond de invoering van het eenheidsstatuut, ligt ze nog geen 2,5 jaar later opnieuw op de onderhandelingstafel. Zowel binnen de regering als bij de sociale partners zijn de meningen verdeeld over het nut van de herinvoering van de proefperiode.

Een proefperiode, hoe zat dat nu weer in elkaar?

Tijdens de proefperiode hadden de werknemer en de werkgever de mogelijkheid om hun samenwerking met een verkorte opzegtermijn te beëindigen, wanneer bijvoorbeeld één van de partijen vaststelde dat niet alle beloften of verwachtingen werden nagekomen. Waar bij een overeenkomst voor bedienden de beide partijen de lopende overeenkomst konden beëindigen met een opzegging van 1 week gedurende de eerste 6 maanden (of 12 maanden), kon dit voor de arbeiders zonder opzeg gedurende de eerste 14 kalenderdagen.

Bij de invoering van het eenheidsstatuut op 01.01.2014 besloten de sociale partners om de opzeggingstermijnen bij aanvang van de overeenkomst voor bedienden aanzienlijk te verlagen. Tijdens de eerste 3 maanden van het contract bedraagt deze nu 2 weken waar dit voorheen 3 maanden was. Door deze verlaging werd het verdedigbaar om de proefperiode af te schaffen. Werkgeversorganisaties hebben hier steeds tegen geprotesteerd omdat dit nog steeds een verdubbeling inhield van de vroegere opzeggingstermijn.

Invoering proefperiode bis?

In het kader van de recente begrotingsbesprekingen heeft de regering de invoering van de proefperiode echter opnieuw op de tafel gelegd. Meer in het bijzonder zijn het de sociale partners die tot eind september de tijd krijgen om een voorstel hieromtrent uit te werken. Wanneer de partners niet tot een akkoord komen, zou de regering zelf de knoop doorhakken.

Wat ligt er op tafel?

Verschillende actoren hebben een ballonnetje opgelaten over hoe zij die proefperiode bis zouden invullen. Het voorstel dat het vaakst aan bod komt is dat van de NVA en bevat een proefperiode van respectievelijk 1 of 2 maanden afhankelijk van het feit of er een contract van bepaalde of onbepaalde duur wordt gesloten. Ook wanneer een werknemer een nieuwe functie opneemt zou een proefperiode moeten kunnen worden ingelast.

De andere regeringspartijen zijn dit voorstel genegen. Het Nationaal Syndicaat voor de Zelfstandigen (NSZ) wil nog verder gaan en stelt voor om terug te keren naar de oude regeling.

De meningen zijn verdeeld

De voorstanders van de herinvoering voeren aan dat de afschaffing van de proefperiode zowel voor de werkgevers als voor de werknemers negatieve gevolgen heeft. Uit marktstudies blijkt immers dat vele werkgevers de proefperiode vervangen hebben door uitzendarbeid. De werkgevers geven aan dat zij hierdoor extra kosten moeten maken en dat dit ook nadelig is voor de werknemers omdat zij als uitzendkracht moeilijkheden zullen ondervinden voor het bekomen van een lening of het afsluiten van een huurcontract. Andere werkgevers zoeken een oplossing in de aanwerving met een overeenkomst van bepaalde duur. De rigide regelgeving en de extra administratie die met deze contracten gepaard gaan, hebben een negatieve invloed op de competiviteit van onze ondernemingen.

De tegenstanders wijzen op het feit dat de afschaffing van de proefperiode deel uitmaakt van het broze evenwicht dat aan de basis ligt van het akkoord voor het eenheidsstatuut. Zij verwijzen net naar de uitzendarbeid en contracten van bepaalde duur als alternatief als alternatief voor de proefperiode.

De vakbonden hekelen het feit dat ze opnieuw voor een voldongen feit geplaatst worden en staan niet te springen om deze beslissing uit te werken. Het is dus nog hoogst onzeker dat de sociale partners tegen eind september een voorstel zullen klaar hebben voor onze regering.

Jan Van Bellinghen
Wilma Schippers

TBWA/PR-IDE

Aurelie Coeckelbergh

TBWA/PR-IDE

Pauline Pierart

Partena Professional